Heineken, bier met een bijsmaak, Haarlems Dagblad, 12 december 2015

Haarlems Dagblad Bier met bijsmaak.jpg

Heineken: bier met een bijsmaak

Silvan Schoonhoven

Tienduizenden kilometers legde journalist Olivier van Beemen af in het kielzog van het bier, de veelgeprezen Nederlandse handelsgeest achterna. In Afrika kijkt hij onuitgenodigd achter de schermen van het Heinekenconcern en ziet de keerzijde van de VOC-mentaliteit. Kan dat eigenlijk wel, bier verkopen in Afrika zonder vuile handen te maken?
Onderzoeksjournalist Olivier van Beemen (Vogelenzang, 1979) wilde dat wel eens met eigen ogen zien. Niet gehinderd door communicatiemedewerkers van Heineken bezocht hij Burundi, Congo, Egypte en nog acht andere Afrikaanse landen. De werkelijkheid ervoer hij als minder mooi dan de heroïsche verhalen hadden beloofd.

Spagaat
De zoektocht leverde een ongevraagd jubileumcadeau op voor het concern dat vorig jaar anderhalve eeuw bestond: het boek Heineken in Afrika. De brouwer had daaraan zelf elke medewerking geweigerd omdat het vreesde dat het boek ‘niet objectief’ zou worden, en omdat het al twee eigen jubileumboeken in productie had. Heineken kreeg het manuscript van Van Beemen voor publicatie te lezen maar gaf geen commentaar.Niet dat Van Beemen erop uit was om een aanklacht te schrijven in het genre ‘westerse kapitalisten versus weerloze Afrikanen’. De werkelijkheid is complexer, begreep hij zelf ook wel. Afrika is nou eenmaal rommeliger dan Nederland, een morele spagaat is voor geen enkel bedrijf te te voorkomen. Twee omstandigheden rechtvaardigen een net wat kritischer blik op Heineken. Ten eerste draagt het concern nadrukkelijk uit dat het een positief, duurzaam stempel drukt op de ontwikkelingslanden waar het brouwerijen neerzet. Ten tweede brouwt Heineken bier: een harddrug met het risico dat je er kwetsbare maatschappijen juist mee de vernieling in helpt.Wat Van Beemen beoogde was een journalistieke casestudy over het functioneren van een multinational in zo’n ingewikkelde omgeving. Hoewel Afrika economisch in opkomst is, zijn veel landen halve dictaturen of schijndemocratieën. Heineken slaagt er niet in altijd voldoende afstand te houden, is zijn conclusie.Is het überhaupt mogelijk voor een multinational, schone handen houden in moeilijke landen? ,,Om te beginnen zijn er grote verschillen tussen Afrikaanse staten. Botswana functioneert goed, daar kun je relatief fatsoenlijk handel drijven. Ook in Rwanda, hoewel daar een autoritair bewind is, kun je in theorie zaken doen zonder al te vuile handen. Maar in Congo is het volgens al mijn bronnen totaal onmogelijk om volgens westerse normen verantwoord te ondernemen. Je kunt je daar simpelweg niet onttrekken aan de corruptie.”Toch zit Heineken er. Uit andere landen is het bedrijf wel vertrokken, zoals Angola en Tsjaad. ,,Volgens mijn bronnen was dat louter om economische redenen, niet om ethische. Uit Myanmar in Azië heeft Heineken zich teruggetrokken vanwege de protesten tegen samenwerking met de junta. Dat is waar multinationals nog het meest bang voor zijn: commotie in het Westen.”

Van Beemen stuitte op een geheimzinnige dochteronderneming die het Nederlandse moederbedrijf een beetje moest afschermen voor kleerscheuren en imagovlekken als gevolg van zakendoen in Afrika. Dat bufferbedrijf helpt ook om winsten weg te sluizen, zodat de lokale economie minder profiteert. Ook in Tunesië bleek het concern verknoopt met de corrupte heersers. In Congo werkte het bedrijf samen met gewelddadige rebellen en met een oorlogsmisdadiger, Jean-Pierre Bemba, die vastzit in Den Haag wegens misdaden tegen de menselijkheid en die ook in verband is gebracht met kannibalisme.

In Rwanda draaide de brouwerij tijdens de genocide gewoon door, terwijl bekend was dat de Hutu-moordenaars zich met bier moed indronken voor ze slachtpartijen op Tutsi’s aanrichtten.Woordvoerder Peter Smit van Heineken ziet het anders. Het bedrijf zit er al honderd jaar en natuurlijk levert dat af en toe moeilijke situaties op, zegt hij. ,,Dat wij als bedrijf aanwezig zijn in een land betekent niet dat wij de regering steunen. Net zoals organisaties als de VN, de Wereldbank en de OESO geloven wij dat de aanwezigheid van grote, professionele bedrijven, zoals Heineken, de economische ontwikkeling in ontwikkelingslanden stimuleert en daarmee indirect de verdere vooruitgang en democratisering.”

Bier in een moslimland blijkt zeer rendabel
Dat de islam overheerst in een flink deel van Afrika, betekent niet dat een brouwer als Heineken er geen goede zaken kan doen. Zelfs in landen als Sierra Leone, Egypte of Algerije trof Van Beemen een levendige biercultuur, al dan niet achter gesloten deuren.Drinkende moslims beroepen zich op een uitspraak van de rector van de gezaghebbende Azhar-universiteit in Caïro, die stelde dat zwak alcoholische drankjes geen probleem zijn. Andere moslims menen dat je tussen het laatste gebed ’s avonds en het eerste bij de dageraad mag doen wat je wilt.Olivier van Beemen zag dat alcohol in islamitische landen minder samenhangt met gezelligheid dan in Europa. ,,Het is een ander soort drinken dan bij ons. In Tunesië zie je mensen alleen achter een fles zitten, niet samen in een groep.”Of de moslimlanden voor brouwers een groeimarkt vormen is maar de vraag. In Algerije moet bier drinken steeds meer in het verborgene. Kroegbaas Abdelkader herinnert zich de tijd dat moskee, kerk en cafe nog vredig naast elkaar bestonden. `De terrassen zaten vol bierdrinkers, Algiers leefde. Maar in de jaren tachtig is dat verdwenen en het komt waarschijnlijk nooit meer terug.’

Advertenties