Eerlijk helder boek over Heineken in Afrika, TPO Magazine / Reporters Online, 7 februari 2016

Marc van der Sterren

Heineken is groot in Afrika. In plaats van aan de ontwikkeling van de Afrikaanse economie werkt het vooral aan de eigen ontwikkeling. Kostte wat het kost. En aan het doorsluizen van geld naar het Europese moederbedrijf. Heineken in Afrika is een doorwrocht en toch zeer leesbaar boek over moderne piraterij.
Pas op! Het lezen van dit boek kan uw geweten doen opspelen, telkens wanneer u een glas Heineken drinkt. Uitgeverij Prometeus had wel een disclaimer mogen opnemen. Onschuldig een Heineken-biertje drinken is er niet meer bij voor wie Heineken in Afrika heeft gelezen.
Corruptie, concurrentievervalsing, nepotisme, uitbuiting, misleidende reclames. Heineken onderhoudt nauwe banden met dicatoriale regimes die de mensenrechten schenden en was zelfs de belangrijkste financier van de genocide in Ruanda. Olivier van Beemen maakt gehakt van de Nederlandse brouwerij.
Tot vlak na de dekolonisatie was Afrika uitgegroeid tot een geweldig wingewest voor Heineken, maar al snel ging het bergafwaarts met de Afrikaanse economieën en zo ook met Heineken.
‘Heineken besefte dat het moeilijker zou worden om in Afrika op legale wijze geld te verdienen,’ schrijft Van Beemen, ‘en dat het dus vooral moest inzetten op andere manieren om geld aan het continent te onttrekken.’
Hoe het continent doorheen de geschiedenis werd geplunderd door het westen beschreef Martin Meredith al in De Schatten van Afrika. Heineken blijft daarin onterecht onvermeld. Van Beemen beschrijft gedetailleerder en ook verhalender hoe ons nationale biersymbool Afrika tot op de dag van vandaag uitzuigt.
Daarvoor hebben ze hun eigen dochter in Brussel, Ibecor. Voluit: International Beverages Corporation. Onder de radar sluist Heineken alle winsten door naar dit onderdeel. Dividend en royalty’s werden zelden nog overgemaakt naar Afrikaanse partners, en ook andere uitbetalingen waren onzeker.
Bedrijven in Afrika kochten, vaak verplicht, via deze dochteronderneming, productiemiddelen en grondstoffen in Europa, maar Ibecor rekende voor deze bedrijven in Afrika vele hogere bedragen. Soms zelfs het veelvoudige.
‘Het was diefstal, georganiseerde diefstal’, citeert Van Beemen een voormalige Rwandese adjunctchef. Eind jaren tachtig kwam er mede door Ibecor jaarlijks nog altijd zo’n 30 à 35 miljoen gulden in harde valuta uit het murw geslagen Afrika.
Maxima
Nooit vestigt Heineken de aandacht op deze dochteronderneming. Ook Koningin Maxima heeft vast niet van Ibecor gehoord. Anders had ze Heineken tijdens een bezoek aan Ethiopië vast niet ‘een fantastisch voorbeeld’ genoemd. Minister Liliane Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking legde zelfs de eerste steen van de nieuwe brouwerij in Addis Abeba.
Premier Mark Rutte maakte tijdens een VN-top zelfs onbeschaamd reclame voor de ‘nationale trots’. Hij roemde Heineken als voorbeeld van een onderneming die bijdraagt aan de ontwikkeling van arme landen, met hun ambitie om 60 procent van alle ingrediënten lokaal te produceren. ‘Nederland steunt deze inspanning door trainingen aan te bieden. En het werkt. In Burundi stelt dit partnerschap 18.000 boeren in staat een vast inkomen te verdienen door de wereldberoemde Nederlandse brouwer te bevoorraden.’
In het kader van Trade not Aid, het aangaan van partnerschappen en met hulp van subsidies was dit soort initiatieven al eerder geprobeerd. Heineken had dus ervaring. Zoals in 2005 met het grondstoffenproject in Sierra Leone. Boeren konden hun kinderen naar school brengen dankzij de sorghum die ze voor de brouwerij verbouwden.
Maar brouwerijen moeten oppassen dat de vraag naar lokale grondstoffen de voedselprijzen niet opdrijft. Kleinschalige boeren met kleine stukjes grond zijn bovendien niet echt efficiënt voor het beleveren van fabrieksmatige brouwerij. Zelfs wanneer een NGO helpt met het trainen van boeren en het coördineren van de oogst.
In havensteden is de import ondanks invoerrechten en transportkosten vaak goedkoper dan toevoer uit het achterland. Voor import stuur je een mail naar Europa en over een afgesproken tijd arriveert er een schip gerstemout van uitstekende kwaliteit. Met plaatselijke boeren is het maar afwachten wanneer je krijgt aangeleverd en hoeveel stenen en aarde er in de zakken zit.
En in feite had Heineken er ook nooit echt belang bij om de lokale landbouw te helpen ontwikkelen. Ibecor, maar ook Mouterij Albert, een andere Heinekendochter, maakten Afrika winstgevend met hun moutleverancies.
Toch stelt Heineken in haar officiële reactie van één A-viertje: ‘We zijn er stellig van overtuigd dat landen in Afrika beter af zijn met onze aanwezigheid. ’ Van Beemen concludeert in zijn boek: ‘dat je niet zonder meer kunt vaststellen dat Heineken en andere grote brouwers een positieve uitwerking hebben op de Afrikaanse economieën waar zij actief zijn en dat het zelfs aannemelijk is dat de invloed op economie en samenleving in veel landen per saldo negatief uitvalt.’
Dit bewijst hij in een boekwerk van 414 pagina’s: Heineken in Afrika. Uitgegeven door uitgeverij Prometheus, ISBN 9789035142862. Prijs: €24,95

Over Marc van der Sterren
Marc van der Sterren is journalist bij Farming Africa. Volg @Farming_Africa voor updates.